Jurisprudentie: Huilen bij inruilen
Din 16 mrt 2010, 18:41
Een productiebedrijf is door de kredietcrisis in financiële moeilijkheden geraakt. Er is weinig werk in portefeuille en het duurt nog even voordat er weer meer werk voor handen is. Hierop besluit het bedrijf alle productiemedewerkers rigoureus de laan uit te sturen. Één van de werknemers weigert de vaststellingsovereenkomst te tekenen.
De werkgever wil dat deze arbeidsovereenkomst met de weigeraar wordt ontbonden zonder toekenning van een ontslagvergoeding. Het productiebedrijf legt daarbij uit dat het financieel klem zit en nauwelijks mogelijkheden heeft om het hoofd boven water te houden.
![]() |
De enige redding van het bedrijf is het ontslaan van alle vaste productiemedewerkers en doorgaan met flexibele krachten, anders gaat het bedrijf failliet. Wel blijven drie voormannen in dienst die, wanneer het werk weer aantrekt, de zaken kunnen oppakken en aansturen.
Ontslagvergoeding
De werknemer verzet zich echter tegen het ontslag maar geeft aan, dat als het ontslag doorgaat, hij wel een ontslagvergoeding wil ontvangen.
Verder merkt de werknemer op dat er nog uitzendkrachten als productiemedewerker aan het werk zijn en dat het werk in mei 2010 weer zal gaan aantrekken.
Daarnaast is volgens de werknemer onvoldoende onderzocht of voor hem een passende functie beschikbaar zou zijn, bij hetzelfde bedrijf of bij andere bedrijven die deel uit maken van het moederbedrijf.
Ook vindt de werknemer het opmerkelijk dat de regeling deeltijd-WW, waar de werkgever vanaf 1 november 2009 gebruik van heeft gemaakt, niet is gecontinueerd.
Als laatste grief is de werknemer nogal verbolgen over het feit dat de drie voormannen wel mogen blijven, dat flexwerkers in het bedrijf welkom zijn om de productie over te nemen, maar dat de vaste medewerkers daarvoor worden afgedankt.
Werk in portefeuille
De kantonrechter oordeelt dat het logisch is dat de werkgever snijdt in zijn personeelsbestand. De rechter vraagt zich af of de situatie zo ernstig is dat alle productiemedewerkers ontslagen moeten worden.
Er is zoals gezegd wel werk in portefeuille en daarmee staat vast dat niet al het productiewerk komt te vervallen. Verder is het volgens de rechter in strijd met het Ontslagbesluit dat vaste werknemers wel ontslag krijgen en de oproepkrachten mogen blijven (of worden aangetrokken).
Afspiegelingsbeginsel
Ondanks dat de noodzaak van het ontslag voldoende is aangetoond, kan het niet zijn dat alle vaste krachten in de productie het veld moeten ruimen. En als niet alle vaste werknemers ontslagen zullen worden, moet dan toch het afspiegelingsbeginsel worden gehanteerd, want daarmee komt het ontslag van de andere werknemers namelijk ook op losse schroeven te staan.
Het is echter voor de kantonrechter niet te beoordelen hoeveel werknemers moeten afvloeien en welke werknemers dan het eerst aan de beurt zijn. De werkgever zal dit in eerste instantie moeten bepalen, waarop het UWV WERKbedrijf of de kantonrechter de zaken nog eens beoordelen.
Onvoldoende aannemelijk
Het productiebedrijf heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de harde kern aan productiemedewerkers geen werk meer zou zijn. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af.
Bron: Kantonrechter Rotterdam 4 december 2009, JAR 2010-9 No. 1041903 VZ VERZ 09-6109
Bron: GIDSOnline
Verder in het nieuws:
Naar
nieuwsarchief
Lees ook
HRM Dossiers over HRM gerelateerde onderwerpen!







